-
Family life
In art. 8 EVRM is het recht op familie- en gezinsleven vastgelegd. Dit recht is een verzamelnaam voor uiteenlopende betrekkingen tussen personen die deel uitmaken van een bepaald gezin of een bepaalde familie. Het Europese Hof oordeelde in het Marckx-arrest dat staten hun lees verder
M.F.M. van den Berg (Mr. dr.) en J.A.E. van Raak-Kuiper (Mr. dr.)
-
Gezinsleven
Naast het recht op respect voor het privéleven beschermt art. 8 EVRM ook het recht op familie- en gezinsleven (vgl. ook art. 23 IVBPR en art. 7 en 9 EU-Handvest). Deze norm heeft belangrijke consequenties voor het personen- en familierecht: ouders en kinderen lees verder
A.W. Heringa (Prof. mr.)
-
Voorbeeld
Voorbeelden van toepassingen van art. 8: HR 4 mei 1984, NJ 1985, 510, voortzetting van gezamenlijke ouderlijke macht na echtscheiding; HR 21 maart 1986, NJ 1986, 585, gezamenlijke ouderlijke macht voor niet-gehuwde en niet-gehuwd geweest zijnde ouders. Een voorbeeld van wat verstaan wordt lees verder
A.W. Heringa (Prof. mr.)
-
Juridisch vaderschap door erkenning
De erkenning Ook door erkenning ontstaat er juridisch vaderschap. Voor erkenning is niet vereist dat de erkenner tevens de biologische vader is. Erkenning is een rechtshandeling, geen waarheidshandeling. De erkenning geschiedt (art. 1:203 BW): bij een akte van erkenning, opgemaakt door de ambtenaar lees verder
M.F.M. van den Berg (Mr. dr.) en J.A.E. van Raak-Kuiper (Mr. dr.)
-
Vervangende toestemming tot erkenning
Indien de vereiste toestemming wordt geweigerd of indien de toestemming niet kan worden gegeven omdat de moeder is overleden, kan de man de rechter verzoeken hem vervangende toestemming te verlenen (art. 1:204 lid 3 BW). Voorwaarde is dat de man de verwekker is lees verder
M.F.M. van den Berg (Mr. dr.) en J.A.E. van Raak-Kuiper (Mr. dr.)
Personen- en familierecht → Afstamming → Juridisch vaderschap door erkenning
-
Voorbeeld
Art. 1:204 lid 3 BW geldt niet voor de biologische vader die niet de verwekker van het kind is. Art. 8 EVRM, op grond waarvan de biologische vader die family life heeft met het kind, recht heeft op bescherming van dit ‘family life’, lees verder
M.F.M. van den Berg (Mr. dr.) en J.A.E. van Raak-Kuiper (Mr. dr.)
Personen- en familierecht → Juridisch vaderschap door erkenning → Vervangende toestemming tot erkenning
-
Uitgangspunten inzake het belang van een kind
Het begrip ‘belang van een kind’ duidt op de wenselijkheid dat kinderen het recht hebben op een gezonde en evenwichtige ontwikkeling en groei naar zelfstandigheid. Dit begrip is in eerste instantie tot uitdrukking gebracht in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het lees verder
R. Feunekes (Mr.) en P.J.M. van Exel (Mr.)
-
Voorbeeld
Vgl. EHRM 31 januari 2006, nr. 50435/99, JV 2006/90: In deze zaak hanteert het EVRM het criterium ‘belang van het kind’ uit art. 3 IVRK en past dit toe op art. 8 EVRM: ‘In the view of the far-reaching consequences which an expulsion lees verder
R. Feunekes (Mr.) en P.J.M. van Exel (Mr.)
Jeugdrecht → Inleiding → Uitgangspunten inzake het belang van een kind
-
Erkenning van een kind door de man (art. 1:199 onder c BW)
Erkenning is een eenzijdige ongerichte familierechtelijke rechtshandeling, waardoor een familierechtelijke betrekking tussen een man en een kind tot stand wordt gebracht en de man de juridische vader van het kind wordt (art. 1:199 aanhef en onder c BW). Vereist is niet dat de lees verder
R. Feunekes (Mr.) en P.J.M. van Exel (Mr.)
Jeugdrecht → De positie van de minderjarige in het Burgerlijk Wetboek
-
Nietigheid van de erkenning
Art. 1:204 lid 1 BW noemt zes gevallen waarin de erkenning nietig is. De onderdelen c en d bevatten twee toestemmingsvereisten. Indien het kind de leeftijd van twaalf jaar al wel, maar die van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is toestemming zowel lees verder
R. Feunekes (Mr.) en P.J.M. van Exel (Mr.)
Jeugdrecht → De positie van de minderjarige in het Burgerlijk Wetboek → Erkenning van een kind door de man (art. 1:199 onder c BW)
-
Algemeen
In art. 1:392 lid 1 BW wordt de kring omschreven van personen die op grond van bloed- en aanverwantschap tot het verstrekken van levensonderhoud zijn gehouden. In art. 1:392 lid 2 BW wordt onderscheid gemaakt tussen (stief)ouders en overigen. Alleen voor de overigen lees verder
R. Feunekes (Mr.) en P.J.M. van Exel (Mr.)
-
Algemeen
Inschrijving als leerling Degene die het gezag over een jongere uitoefent, en degene die zich met de feitelijke verzorging van een jongere heeft belast, zijn verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet te zorgen dat de jongere als leerling van een school staat lees verder
R. Feunekes (Mr.) en P.J.M. van Exel (Mr.)
-
Niet nakomen verplichtingen
De in art. 2, eerste lid, bedoelde personen die de in art. 2 lid 1, of art. 4a LPW opgelegde verplichtingen niet nakomen, worden gestraft met hechtenis van ten hoogste één maand of geldboete van de tweede categorie. De leerplichtige jongere die de lees verder
R. Feunekes (Mr.) en P.J.M. van Exel (Mr.)
-
Voorbeeld
In HR 19 september 2000, LJN ZD1805, werd aan de Hoge Raad de vraag voorgelegd of art. 2 LPW geen inbreuk maakt op art. 8 EVRM, art. 12 IVBPR en art. 3 IVRK. De Hoge Raad overwoog: ‘Art. 2 Leerplichtwet 1969 maakt geen lees verder
R. Feunekes (Mr.) en P.J.M. van Exel (Mr.)
-
Grondrechten werken primair in de verhouding overheid-burger. Dat wil zeggen dat er in alle relaties tussen burger en overheid (privaatrechtelijk of publiekrechtelijk) een beroep op kan worden gedaan. Voor horizontale verhoudingen is de rechtskracht minder eenduidig. Volgens vaste rechtspraak is er dan bij lees verder
Horizontale werking
A.W. Heringa (Prof. mr.)
-
Integriteit
De lichamelijke integriteit is beschermd in art. 11 Grondwet en verder in art. 2 EVRM (recht op leven), art. 3 EVRM (verbod van martelen en van onmenselijke behandeling) en het Zesde Protocol EVRM (verbod van de doodstraf). Verder ook het Dertiende Protocol. Daarnaast lees verder
A.W. Heringa (Prof. mr.)
-
EHRM 9 december 1994, Lopez-Ostra, Series A, vol. 303-c
‘Naturally, severe environmental pollution may affect individuals’ wellbeing and prevent them from enjoying their homes in such a way as to affect their private and family life adversely, without, however, seriously endangering their health.’ Vandaar dat art. 8 EVRM van toepassing was. lees verder
A.W. Heringa (Prof. mr.)
-
Inleiding
Het Nederlandse personen- en familierecht Het personen- en familierecht is voornamelijk neergelegd in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Het verschaft uiteenlopende regels aan jong en oud, van (vóór) de geboorte tot aan de dood. Zo krijgen trouwlustigen te maken met de lees verder
M.F.M. van den Berg (Mr. dr.) en J.A.E. van Raak-Kuiper (Mr. dr.)
-
Algemeen
Familierechtelijke betrekking Het afstammingsrecht regelt de familierechtelijke betrekkingen tussen een kind, zijn ouders en hun bloedverwanten (art. 1:197 BW). Indien er sprake is van een familierechtelijke betrekking, is er sprake van een juridische relatie, waaraan rechten en plichten zijn gekoppeld. Ouderschap Er bestaan lees verder
M.F.M. van den Berg (Mr. dr.) en J.A.E. van Raak-Kuiper (Mr. dr.)
-
Gevolgen van juridisch ouderschap
Juridisch ouderschap heeft onder meer gevolgen voor: het gezagsrecht; het omgangsrecht; de onderhoudsplicht; het naamrecht; het erfrecht; de nationaliteit. Als er geen sprake is van juridisch ouderschap, maar bijvoorbeeld van verwekkerschap of biologisch ouderschap en er kan daarnaast ‘family life’ in de zin lees verder
M.F.M. van den Berg (Mr. dr.) en J.A.E. van Raak-Kuiper (Mr. dr.)
Filter op rechtsgebied